In 1899 is de Detroit Automobile Company opgericht, dat in 1900 alweer failliet ging na slechts een paar auto's te hebben gemaakt. Een jaar later werd het concern weer opgestart met hoofdingenieur Henry Ford aan het roer. Hij hernoemde het bedrijf tot Henry Ford Company. Na drie maanden ging het bedrijf opnieuw failliet en Ford en een aantal medewerkers vertrokken. De investeerders zochten in augustus 1902 Henry Leland (1843-1932) op om de waarde van het bedrijf en het materieel te berekenen voor deze verkocht werden. Henry Leland had gezamenlijk met twee medewerkers Leland, Faulconer, en Norton opgericht in 1890. Dat concern ontwierp en bouwde speciale machines en produceerde naderhand tevens benzinemotoren voor Ransom Olds, de grondlegger van Oldsmobile. Leland en zijn personeel verbeterden de machine en verhoogden de kracht van de oorspronkelijke 3,7 pk tot 10,25 pk. Oldsmobile's verkopen liepen echter aardig en er was geen behoefte aan de nieuwe motor. Leland toonde zijn machine aan de investeerders en stelde voor het concern verder te zetten. De investeerders waren onder de indruk en gingen akkoord. Ze hoopten de eerste succesvolle autobouwer van Detroit te worden en kozen de naam van de grondlegger van deze plaats, Le Sieur Antoine Laumet de la Mothe Cadillac, als nieuwe naam. Niet veel daarna werd het wapen van Cadillac's verwanten, omgeven door een lauwerkrans, geregistreerd als het herkenningsteken. Daarmee was de Cadillac Automobile Company een feit.